Artikel

Praat je over materiaalgebruik, dan praat je over circulariteit

Rijkswaterstaat heeft de ambitie om met circulariteit aan de slag te gaan. Maar het is de kunst om die ambitie op de markt over te dragen. De markt moet mogelijkheden zien en dat ligt nog niet eenvoudig.” Volgens Michiel Haas, emeritus hoogleraar Materials & Sustainability TU Delft en consulent NIBex.green, is het van belang om in aanbestedingen circulariteit een plek te geven en voorbeeldprojecten op te starten. In gesprek met BouwCirculair geeft hij aan dat circulariteit ook in infra langzaam op gang komt.

Terugkijkend zegt Haas: “De bouw heeft het begrip circulariteit aarzelend omarmd. Maar het feit dat het kabinet in september 2016 kwam met de nota ‘Nederland circulair in 2050’, is ook de bouw erop ingesprongen. Koplopers zie je serieus bezig om een systeemverandering teweeg te brengen, zoals Turn Two, een initiatief van Thomas Rau en Philips Lighting om geen lampen meer te verkopen, maar licht te verhuren. Hiermee wordt de producent volledig verantwoordelijk voor zijn product en kan hij niet meer voor de lineaire weggooimaatschappij produceren, want hij moet wat met zijn eigen oude producten, die een waarde aan grondstoffen vertegenwoordigen. Ook in de infrastructuur komt de circulaire gedachte langzaam op gang. Hier zien we koplopers en in dit geval is Rijkswaterstaat een grote stimulator. 

Heeft de infrasector voldoende ambities op het gebied van circulariteit en hoe moet dit verder gevormd worden in de toekomst? 

Ik noemde net al Rijkswaterstaat, ze hebben ambitie, maar het is een kunst om die ambitie op de markt over te dragen. Daar heb je projecten voor nodig die aanbesteed moeten worden. De markt moet dus mogelijkheden zien en dat ligt nog niet eenvoudig. Hier zie je koplopers. Zoals het circulaire viaduct dat momenteel uitgetest wordt, ontwikkeld door wegenbouwer Van Hattum en Blankevoort samen met Consolis Spanbeton. Het viaduct is circulair, omdat de betonnen elementen waar het uit bestaat op een andere locatie volledig en ongeschonden opnieuw bruikbaar zijn. Zo is er geen afval, zijn er geen nieuwe grondstoffen nodig en worden gebruikte grondstoffen op de meest hoogwaardige manier opnieuw gebruikt. Dit voorbeeld is een hele grote stap naar hergebruik van hele bouwwerken. 


Maar in veel gevallen beperkt de circulariteit in projecten zich tot wat we altijd al deden, namelijk recyclen van beton en andere materialen. Ik vind dat de industrie zich hier veel te gemakkelijk circulair noemt, terwijl er niets veranderd is ten opzichte van twintig jaar geleden. Van een echte circulaire ontwikkeling in de infrastructuur is pas sprake als we geen virgin materialen meer gebruiken en producten hoogwaardig hergebruiken. En zo ver zijn we nog niet. Ook niet in 2030, als we volgens de plannen van het kabinet al voor 50 procent circulair zouden moeten zijn.  


 

Hoe zagen we de markt de afgelopen jaren verschuiven richting circulariteit? 

Een groot deel van de markt heeft het nauwelijks opgepakt, op enkele fantastische koplopers na. Zolang we een viaduct slopen, door de shredder gooien, het staal recyclen en het beton recyclen en we vinden dat circulair, gebeurt er niets. We zullen tot het besef moeten komen dat recyclen op die wijze slechtst grondstoffen uitspaart, maar de basisgedachte van circulair totaal ontkent. Kortom we zien de markt nog nauwelijks verschuiven. Er zal veel, heel veel meer moeten gebeuren willen we circulair worden in de infrastructuur. Maar het kan wel. Zie het voorbeeld van het circulaire viaduct.

Hoe verhoudt de versnelling van circulariteit in de gebouwde omgeving zich versus de infra? 

Ik denk dat de gebouwde omgeving op dit punt verder is. Er wordt deels al ontworpen om het straks weer te kunnen demonteren. De bouw is er ook al langer mee bezig. En ook hier geldt weer een spraakmakend voorbeeld. De tijdelijke rechtbank in Amsterdam. Al in 2014 deed het Rijksvastgoed bedrijf een uitvraag voor een tijdelijk gebouw dat vijf jaar als rechtbank dienst zou moeten doen en daarna elders weer opnieuw gebruikt zou moeten kunnen worden. Het thema van de uitvraag was ‘vermijd verspilling’. En dat is een kunst als je een gebouw maar vijf jaar op die plek wilt hebben staan, terwijl het toch de uitstraling en grandeur van een rechtbank moet hebben. De drie consortia die daaraan meededen hebben uiteindelijk een verrassend goed resultaat weten te halen, uitgedrukt in een verspillingspercentage. Het beste ontwerp, van cepezed,scoorde uiteindelijk  een percentage verspilling van 28. Dat wil zeggen dat 72 procent weer wordt hergebruikt, best circulair.

Wanneer hebben we het over ‘meetbare’ circulariteit?

Om circulariteit meetbaar maken is nog wel een weg te gaan. Als je iets goed meetbaar wilt maken, moet dat op een kwantitatieve manier en objectief gebeuren. Daar zijn in principe LCA’s voor ontwikkeld die uitgedrukt worden in MKI’s. Deze LCA’s zijn grotendeels bruikbaar om de verschillen in milieubelasting uit te rekenen inzake keuzes die je moet maken. Maar wat we nog niet goed rekentechnisch kunnen uitvoeren is de toekomst van een product of project. We kunnen iets nog zo mooi ontworpen hebben, maar hoe reageert de bestuurder of eigenaar op dat product over 50 jaar wanneer een volgende levensfase moet ingaan. Technieken zullen anders zijn, maar ook opvattingen. Dat kunnen we nu slechts benaderen met scenario’s van waarschijnlijkheid van hoe het hergebruikt zou kunnen worden, maar echte invloed op hoe andere generaties dat werkelijk zullen doen hebben we niet, anders dan nu wel daarop voorbereid zijn. Dus zoontwerpen dat het demontabel is en niet alles aan elkaar vast maken zonder dat het eenvoudig gescheiden kan worden.

Hoe meten we circulariteit, wat zijn hiervoor de tools? 

Er is een beperkt aantal tools ontwikkeld om circulariteit meetbaar te maken. Ik heb een tool ontwikkeld voor het Rijksvastgoedbedrijf om de ‘verspilling’ inzichtelijk te maken, daarbij blijkt meteen wat wel circulair is. Ook Madaster heeft een tool ontwikkeld in het kader van zijn materialenpaspoort, de circulairity indicator. Behulpzaam is ook de ladder van Cramer, de 10 R’s. 


De ladder van Cramer of de 10 R's, in volgorde van wenselijkheid

 

  



 

Deel dit artikel