Artikel

Green Village: een proeftuin voor innovaties

De weg naar de circulaire economie is geplaveid met innovaties. Op tal van terreinen worden nieuwe producten ontwikkeld en op andere manieren samengewerkt. In Delft bij The Green Village gebeurt dat letterlijk. Op een hectare land - waar ook gewoond en gewerkt wordt - is er ruimte om ideeën tot wasdom te laten komen en kijken partijen breder dan uitsluitend vanuit een technisch kader.

“Het doel van The Green Village is om de ontwikkeling en implementatie van duurzame innovaties die betrekking hebben op de gebouwde omgeving te versnellen. Dit doen we door iedereen bij elkaar te brengen - wetenschappers en ingenieurs, bedrijven, het publiek en de overheid - op een inspirerende plek waar innovaties kunnen worden ontwikkeld, getest en gedemonstreerd”, legt Serge Santoo van The Green Village kort uit.

Met hem pratend wordt duidelijk dat The Green Village meer is dan een proeftuin met testopstellingen. “De technische haalbaarheid van innovaties is belangrijk, maar de selectiecriteria om bij ons nieuwe ontwikkelingen te toetsen zijn breder dan uitsluitend de technische aspecten. Ook vanuit economisch perspectief moeten de ontwikkelingen interessant zijn. Want alleen als technologie bedrijfseconomisch perspectief heeft, maatschappelijke waarde toevoegt en binnen de kaders van de (toekomstige) wet- en regelgeving valt, zullen innovaties ook echt impact hebben.”

Waterinitiatieven

Hoewel er ruimte is voor veel duurzame ontwikkelingen, valt op dat er sinds kort veel ‘waterinitiatieven’ zijn. “In mei openden we de Waterstraat. Dit is een proeftuin waar ondernemers, onderzoekers en gebiedsbeheerders samen werken aan ideeën om wegen en wijken beter bestand te maken tegen extremer weer, zoals hevige neerslag of langdurige droogte.”


De meeste producten in de WaterStraat bieden oplossingen op straatniveau. Ruim tien ‘waterinnovaties’ worden op dit moment getest. Denk aan een waterbuffer met een zuiverende laag van schelpen, een bushokje dat water vasthoudt en een dak dat als waterberging fungeert. Maar ook Rainroad die extra buffercapaciteit biedt tijdens extreme regenval en waarvan het waterreservoir zorgt voor afkoeling tijdens warme dagen. Het concept is geïnspireerd op het capillaire effect van water. In het geval van Rainroad zorgt deze opwaartse kracht ervoor dat het water dicht bij het wegdek ligt. Door de hitte van de zon zal dit water verdampen en dus ook de straat koelen.

Een ander experiment wordt uitgevoerd door Wageningen UR. Berekeningen tonen aan dat een rioleringsbuizen met kleinere diameters net zo goed functioneren als traditionele buizen met een grotere diameter, terwijl ze een aanzienlijk kleinere hoeveelheid (drink)water gebruiken. Om de theorie te toetsen zijn de nieuwe (kleinere) rioolbuizen aangesloten op de huizen in het Living Lab. Terwijl in de tweede fase waterbesparende technologieën worden geïmplementeerd. 

Kosten en baten

Waar bij al deze initiatieven de komende tijd naar gekeken wordt, is niet alleen de werking, maar ook of maatschappelijke kosten en baten inzichtelijk gemaakt kunnen worden. Santoo: “Een van de vragen die daarbij nadrukkelijk aan de orde zal komen is: hoe ga je om met de grootschalige toepassing in de praktijk als bijvoorbeeld het waterschap de baten heeft, maar de gemeente de kosten moet dragen? Daar is nog geen goed model voor, maar dat mag geen excuus zijn om innovaties de rug toe te keren. Dat is juist onderdeel van het onderzoek.”

Het feit echter dat het Hoogheemraadschap Delfland en VPdelta mede-initiators zijn van de Waterstraat wijst erop dat zij bereid zijn om deze vraagstukken met open vizier tegemoet te treden.

Deel dit artikel