Artikel

Moederbestek 2.0 zet circulaire beweging in gang

Dit voorjaar is het Moederbestek 2.0 voor het eerst gepresenteerd als opvolger van de 1.0 versie. De presentatie was in Utrecht, en dat was niet voor niets. Want de gemeente Utrecht is druk doende de 2.0 versie in te voeren. En dat betekent dat voor steeds meer producten circulariteit wordt meegewogen in de aanbesteding. Maar veel belangrijker: er komen steeds meer circulaire bouwproducten in de stad.

Auteur: Harmen Weijer

In 2017 was het Moederbestek nog maar net aangevuld met circulaire eisen aan betonproducten voor infra-aanbestedingen, zoals trottoirbanden, tegels en keien. “In Moederbestek 2.0 gaat de tekst breder”, vertelt Niels Donkersloot senior adviseur op de afdeling Infrastructuur van de gemeente Utrecht. “Daarin is ook opgenomen de mate van circulariteit, het percentage hergebruik van minimaal 15% en een MKI-waarde van € 25,- per m3 beton. Ook wordt gestuurd op 100% gescheiden afvoeren van vrijkomend materiaal. In vergelijking met de vorige versie is een aantal productgroepen toegevoegd, waaronder rioolbuizen en -putten, keerwanden, stapelblokken. Deze productbladen nemen ook steeds meer toe, zien wij. En dat is goed nieuws, want dat betekent dat de leveranciers hier druk mee bezig zijn.”

In samenwerking met de afdeling Inkoop wordt Moederbestek 2.0 gebruikt bij RAW-bestekken voor infra-aanbestedingen. Donkersloot: “Daarmee gaan we testen of de eisen die we hierin stellen, reëel zijn. We hebben natuurlijk met hulp van BouwCirculair al gepolst bij de leveranciers of dat zo is, en de bedrijven geven aan dat dit inderdaad moet lukken.” Het is niet voor het eerst dat Utrecht uitvragen doet met een MKI-waarde, vult Sara Rademaker, adviseur duurzaam inkopen van de gemeente Utrecht aan. “We hebben al verschillende pilots op dit vlak gedaan, onder andere bij een project met een duikerbuis en bij de aanbesteding van de betonnen constructie in de parkeergarage in Vaartsche Rijn. Bij dat laatste project is ook goed gekeken naar materiaal besparing in de constructie, en bestaan de plafondplaten uit gerecycled materiaal. En hoewel het geen beton is, hebben we bij een paar asfaltprojecten ook om LCA’s met lage MKI-waarde gevraagd. Zo zijn we op steeds meer plekken aan het kijken hoe de markt reageert op dergelijke uitvragen.”

Meerdere gemeenten sluiten aan

Bij deze projecten heeft Rademaker al gemerkt dat het blijkt te werken. “Het levert een getal op waarmee de inkoper kan vergelijken, iets wat inkopers belangrijk vinden. Maar we willen graag uit die pilotfase naar een breed toepasbaar bestek gaan. Dat is het mooie van Moederbestek 2.0: dat wordt aangevuld met meerdere productbladen, die gemakkelijk door iedere gemeente die werkt met een moederbestek, zijn over te nemen.”

Zo heeft de gemeente Utrecht in de U10 - het samenwerkingsverband van de 9 gemeenten in de provincie Utrecht, plus Woerden - voorgesteld dat zij zich ook aansluiten bij de Betonketen Utrecht van BouwCirculair. “Dat betekent dat op termijn mogelijk in de hele provincie de teksten uit Moederbestek 2.0 worden meegenomen in infra-aanbestedingen.” 

Met dit Moederbestek 2.0 worden uitvragen gedaan in heel Nederland met dezelfde soort tekst en productbladen. Dat is voor bedrijven wel het meest interessant: uniformiteit in de vorm van uitvragen. Want op dit moment kan het per gemeente verschillen op welke manier ze inkopen, legt Rademaker uit. “Neem bijvoorbeeld Rotterdam: die werkt met directieleveringen, waarbij één leverancier voor een aantal jaren onder andere betonproducten mag leveren. Daar kun je al een lage MKI-waarde afspreken. In Utrecht werken we met raamovereenkomsten en verschillende contractvormen, waardoor we niet zo makkelijk kunnen sturen op lagere MKI-waardes. Daarom is het Moederbestek 2.0 zo belangrijk, want die tekst wordt iedere keer binnen een RAW-overeenkomst opgenomen bij een uitvraag als kader. Het heeft ook als voordeel dat hiermee de MKI-waardes geleidelijk kunnen laten dalen.”

Croeselaan

Met het gebruik van MKI-waardes heeft Utrecht zoals gezegd al ervaring mee opgedaan in een aantal projecten. Een van de meest opvallende is de aanbesteding van de asfaltconstructie van de Cremerstraat. Rademaker: “Hier hebben we een bestek neergelegd met de vraag aan de markt: kun je een lagere MKI-waarde realiseren? En dat was zeker het geval, want de winnende aanbesteding zat 68% onder onze uitvraag, onder andere door het toepassen van een asfaltmengsel dat grotendeels uit gerecycled asfalt bestond.

Een ander mooi project betreft de Croeselaan, die op projectniveau met dubocalc is doorgerekend. “Dat heeft onder andere een modulair fietspad met geopolymeerbeton opgeleverd. De primeur hier was dat het een rood fietspad betreft, dus dat er een rode pigment is toegevoegd aan het geopolymeerbeton ”, vertelt Donkersloot. “Dat vraagt om een hele goede logistieke afstemming, omdat de verwerkings ‘open’ tijd van het mengsel relatief kort is en dus technisch extra aandacht vraagt. In totaliteit levert het een 65% lagere CO2-uitstoot op dan gangbare betonmortels voor fietspaden. Ook de milieukostenindicator van het project is gehalveerd, onder andere doordat alle vrijkomende materialen binnen het project worden hergebruikt, en dat is toch weer mooi meegenomen!”

Het eerste deel van 80 meter is een paar maanden geleden opgeleverd. De andere delen volgen later, want het is in delen aanbesteed. En het ziet er goed uit; het heeft in elk geval de hete zomer goed doorstaan.”

Wat betreft beton is een aantal onderdelen van het asfaltonderhoudsproject aan de Waterlinieweg circulair aanbesteed. “Dat was binnen een raamovereenkomst, maar omdat de aannemer deelnemer is aan het regionale betonconvenant, wilde hij de betonnen trottoirbanden en goottegels leveren van gerecycled materiaal.”

Materialenpaspoort

In het verlengde van het Moederbestek 2.0 kijkt de gemeente Utrecht ook naar het vastleggen van de herkomst van producten die in infraprojecten worden gebruikt. Het beheerprogramma van de openbare ruimte, of Madaster, als grondstoffendatabank, zouden daarvoor gebruikt kunnen worden. Rademaker: “Madaster is nu nog met name een databank voor grondstoffen uit de gebouwde omgeving, maar voor gemeenten is infrastructuur ook een belangrijke asset. We hebben daarvoor een beheerprogramma, waarin onder andere onderhouds- en vervangingsmomenten staan. Maar circulaire gegevens kunnen daar nog beter in, zoals levensduur, of om vrijkomende grondstoffen te matchen aan andere projecten. We gaan binnenkort verkennen of we dit kunnen toevoegen aan ons beheerprogramma. Of dat het wellicht het beter is aan te sluiten bij Madaster, want er zijn ontwikkelingen dat Madaster zijn materialenpaspoort met infrastructuur uitbreidt.”

De komende periode zal moeten uitwijzen hoe er in de stad Utrecht – en als de overige gemeenten ook aansluiten, de hele provincie – gereageerd wordt op Moederbestek 2.0. “Diverse overheidsinstellingen en betrokkenen hebben natuurlijk meegeschreven aan de tekst, dus onbekend kan het niet zijn”, zegt Donkersloot. “En we hebben het bewust nu nog goed haalbaar gehouden met bijmenging van minimaal 15% circulariteit, zie ook moederbestek.nl, en een MKI-waarde van € 25,- per m3. Dat moeten ook kleinere MKB-bedrijven kunnen halen.” 

Veel bedrijven geven aan dat ze deze minimale eis zeker moeten kunnen halen; sommige zeggen zelfs dat het makkelijk mogelijk is, weet Rademaker. “We gaven de mogelijkheid van bijmenging tot 50% al langere tijd, maar in de praktijk kwam het erop neer dat het niet gebeurde. Door het nu in het Moederbestek 2.0 als minimumeis te stellen, moet men wel. Tezamen met het feit dat je hiermee borgt dat het vrijgekomen materiaal goed wordt verwerkt, verwachten we dat er op dit gebied een hele beweging in gang wordt gezet”, besluit Rademaker.

Deel dit artikel

Gerelateerd